zaterdag 14 april 2012

Er was eens een jonge Guatemalteekse vrouw...


Yeymi heette ze. Ze had nog nooit in een vliegtuig gezeten. Ze was nog nooit in een ander land geweest. Maar nu was het eindelijk zo ver. Ze ging met haar zoontje Ian naar Nederland! Lekker 3 maanden naar haar twee zussen, zwagers en neefjes, die ze al zo akelig lang niet had gezien en zo vreselijk miste. “Een vliegreis is net zo iets als een lange busreis, maar dan met mooier uitzicht.” Zo hadden haar broers en haar ouders haar verteld. Zij waren al eerder naar Nederland geweest en teruggekomen met enthousiaste verhalen over de schoonheid van het kleine vlakke land. Letterlijk zo schoon, dat je er eigenlijk nooit je schoenen hoefde te poetsen. Nu was het dan eindelijk, eindelijk, háár beurt. De papieren waren voor elkaar, de koffer was gepakt en daar ging ze dan. Spannend. Leuk spannend. Een lange vliegreis met slechts één overstap in Madrid en daar spreken ze Spaans, dus dat zou wel goed komen. Yeymi was dan ook compleet onthutst toen bleek dat ze de mensen in Madrid wel kon verstaan, maar totaal niet kon begrijpen.

“Komt u maar even mee.” Voordat Yeymi er erg in had wat er gebeurde werd ze, na een blik op haar papieren, een kleine kamer ingeleid waar nog zes andere beduusde vrouwen zaten. De deur viel in het slot. Waarom gebeurde dit? Haar zussen en zwagers hadden toch alles goed geregeld? Ze had een uitnodigingsbrief, haar paspoort was correct, en ze had voor de zekerheid ook nog de kopieën van de paspoorten van haar zussen en zwagers meegenomen.

Na een aantal uren, die dagen leken te duren, kwam een strenge politieagente haar vertellen dat zij niet de goede papieren had. “Hèh? Maar ik heb alles bij me wat in Nederland vereist is!” “In Nederland ja, maar u bent nu in Spanje. U hebt geen door de gemeente goedgekeurde uitnodiging, en ook niet genoeg geld. Dat accepteren wij hier niet. We sturen u terug naar Guatemala.”

Wat volgde was een rally van ruim twee dagen met telefoontjes tussen Madrid, Guatemala en Nederland, met familie, IND, ambassades, vliegveldcommissariaat, marechaussee en politie. Volgens de Nederlandse ambassade in Guatemala en de Nederlandse IND had Yeymi niks fout gedaan. Een visum was niet vereist en haar papieren klopten. Maar ze werd wel opgesloten. Met alleen haar handbagage. In een cel zonder daglicht. Twee lange dagen en nachten.

De eerste nacht sommeerde een geüniformeerde politievrouw haar om haar huilende kind te kalmeren omdat de andere mensen niet konden slapen. Maar hoe doe je dat, als je je ontheemd en eenzaam voelt, en niks hebt om je kind te troosten? Geen eten, geen drinken, geen speelgoed, niks? Yeymi vroeg of ze misschien wat melk kon krijgen voor haar zoontje. “ Wat denk je wel, dat we hier tien koeien hebben rondlopen of zo? Om verder maar niemand tot last te zijn bracht Yeymi, met haar kind in haar armen, haar eerste nacht in Europa door op de WC.

Haar zussen en zwagers hadden ondertussen alles gedaan om de Spaanse politie tegemoet te komen. Een door de Gemeente Amersfoort gelegaliseerde uitnodiging met garantstelling werd gefaxt, met kopieën van bankrekeningen, om aan te tonen dat haar familie voor haar kon zorgen. Zelfs het aanbod van haar zwager om met het benodigde geld naar Madrid te vliegen mocht niet baten. Op dinsdag arriveerde ze in Spanje, en op donderdag werd ze doodleuk weer terug gestuurd. ‘Rechazada’, afgewezen.

Dit gebeurt echt. Niet in een ontwikkelingsland, maar in ons westerse Europa, de zogenaamde ‘Europese Unie’,  die aan de grens blijkbaar niet als Unie kan, of wil samenwerken. Wil je als Guatemalteekse reiziger in Spanje overstappen, dan ben je overgeleverd aan de grillen van de Spaanse politie. Het feit dat je overstapt van het ene vliegtuig in het andere, en op alle fronten voldoet aan de eisen van het land waar je naartoe reist, doet helemaal niet ter zake. Je voldoet niet aan de Spaanse regels. Dus word je behandeld als een crimineel. Zwerfvuil, waar Spanje zo snel mogelijk vanaf wil.

Dit gebrek aan samenwerking, aan gezond verstand lijkt het wel, maakt mij boos. Het is een boosheid waar ik helemaal niks mee kan, omdat boosheid niet helpt. Maar voor mijn vriendinnen wil ik zo verschrikkelijk graag dat Yeymi alsnog hierheen komt met haar zoontje. De man van Yeymi, Eliu, is zo geschrokken van wat er met zijn vrouw en zoontje gebeurd is, dat hij het nu niet meer aandurft om ze nog eens te laten gaan. Ik hoop dat hij er een nachtje over slaapt, en dan van gedachten verandert. Yeymi zelf wil namelijk nog steeds graag komen. Ik hoop maar dat het doorgaat. Ik heb enorm veel zin om ze met een flink aantal vrienden en een megagroot spandoek te verwelkomen: ‘ACEPTADA’, geaccepteerd.


donderdag 5 april 2012

Over sunlightzeep en 3 tips voor succesvolle bartering


duo 'True Colors'
Sunlight zeep. Mijn oma en opa zijn er met hun 6 kinderen de oorlog mee doorgekomen. Toen de oorlog begon besloten ze hun zolder ermee vol te leggen. Heel wat blokken sunlight zeep zijn in de daaropvolgende jaren geruild tegen voedsel, kleding en brandstof. Ik moest er van de week ineens aan denken toen ik in de lens keek van de fotograaf.

Ik kan me natuurlijk in de verste verte geen voorstelling maken van de armoede tijdens de oorlog. Maar ruilhandel bestaat nu nog steeds. ‘Bartering’ heet het nu. Dat is ruilhandel, maar dan in het Engels. (Typische marketingtruc om sommige woorden in het Engels te vertalen. Dat verkoopt beter.) Volgens mij komt bartering steeds vaker voor. Of ik krijg er steeds meer mee te maken. Toevallig? Of is dit fenomeen één van de avontuurlijke verworvenheden van onze krimpende economie?

Bijna een jaar geleden schreef ik een persbericht voor een bevriende fotograaf. Op zijn vraag hoeveel mijn werk kostte, antwoordde ik: “Doe maar een keer een mooie foto!” En afgelopen week was het zo ver: een heuse fotoshoot met de gitarist waar ik graag mee zing. Daarnaast redigeerde ik in de Valentijnsweek de tekst van de website van Huischef in ruil voor een driegangen-diner voor twee personen. De verraste blik van mijn Valentijn was een extra bonus.

Dat is het verhaal.

Nu de tips:

1 Bepaal je waarde
Bartering is nog steeds gewoon handel. Dus moet je bepaald hebben wat je eigen dienst waard is. Het lastige is dat de beslissing over inkoop en verkoop tegelijkertijd plaatsvindt. Je moet dus ook voor jezelf duidelijk stellen welke waarde je toekent aan de dienst van de ander. Je doet het immers niet voor niks.

2 Begin klein
Er bestaan barterspecialisten die helemaal geen geld meer nodig hebben. Ik denk niet dat ik het ze ga nadoen. Ik vind het wel lekker om gewoon geld te verdienen. Maar zelfs barterspecialisten zijn ooit klein begonnen. Kost de barter je net iets meer tijd dan je dacht, of valt de kwaliteit van de wederdienst je een beetje tegen, dan is het geen ramp.

3 Doe het omdat je er lol in hebt
Mijn bartervoorstellen kwamen spontaan. Ik was eigenlijk niet direct op zoek naar een foto, ook niet naar een driegangendiner. Maar ik wist dat ik in de toekomst wel een keer een foto nodig zou hebben. En de mogelijkheid manlief te verrassen met een Valentijnsdiner diende zich precies aan in een week dat ik weinig opdrachten had. De barter kwam me dus gewoon goed uit.

Barterspecialist
Een 2 minuten durend filmpje over een vrouw die al 15 jaar lekker leeft zonder cent op zak. http://www.youtube.com/watch?v=djzitB1xyoc

dinsdag 20 maart 2012

Duurzaamheid van duurzame panden valt vies tegen

Nog maar net hebben de goede voorbeeldgevers van onze innovatieve economie hun enorme, verouderde kantoorkolossen eenzaam aan de rand van ons Groene Hart achtergelaten. Hun ‘oude kloffie’ hebben zij ingeruild voor de laatste mode: nieuw opgetrokken, duurzame, BREEAM verantwoorde, ‘state-of-the-art’ bedrijfspanden. Gebouwen die natuurlijk geheel zijn ingericht op ‘Het Nieuwe Werken’. En wat blijkt nu?

De werkelijke energiebesparing
De werkelijke energiebesparing in die zogenaamd duurzame panden valt vaak vies tegen! Ons ‘Nieuwe Werken’ wordt namelijk ernstig bedreigd door onze oude gewoonten. Want als wij het niet rechtstreeks voelen, in onze portemonnee bijvoorbeeld, nemen we het thema ‘energiebesparing’ niet mee in onze dagelijkse routine. Dus blijven onze printers, computers, verwarming en verlichting ook na zessen in bedrijf, terwijl wij ons thuis bij de warme kachel verpozen met de nieuwste documentaire van BBC Life.

Ja, wij zijn graag verantwoord bezig met zijn allen, maar kijken daarbij meer naar ons imago dan naar ons gedrag. Zo lang we maar in een duurzaam verantwoord pand zitten, met certificaten aan de muur om dat te bewijzen, gaat het wel goed met ons.   

Het goede voorbeeld
Maar was het idee van duurzaamheid niet ook een idee van ‘verder kijken dan je neus lang is’? Dus ook kijken naar het lege pand dat je achterlaat?  En hoe zit het met de waarachtigheid, de kritische blik op de eigen neus? Wordt die neus niet langer als we tijdens onze borrels hoog opgeven van de energiezuinigheid van ons kantoor? Gelukkig zijn ook er ook wat werkelijk goede voorbeelden aan te wijzen. Zo bracht ingenieursbureau DHV bij de renovatie van haar 40 jaar oude hoofdkantoor in Amersfoort het energielabel van G naar A, bij een energiebesparing van €100.000,- per jaar. Daar mogen ze best even over opscheppen. En onlangs schreef ik voor Amersfoort Ondernamen een artikel over Van Dorp installaties. Dit installatiebedrijf heeft nu een aantal ‘apps’ ontwikkeld om het energie-bewustzijn van bedrijven te vergroten. Daarbij spreekt men niet meer alleen over de ‘energiebesparing’ maar ook over ‘energieprestatie’. Een prestatie die je kunt meten door het energieverbruik van je eigen bedrijf te vergelijken met het verbruik van soortgelijke bedrijven. Energieprestatie. Een beetje een mannenterm. Maar dat is een ander onderwerp. Als deze term maar helpt om ons bewustzijn, en daarmee ons gedrag, in positieve zin te veranderen, ja toch?

N.B. Ook mijn eigen energieprestatie laat wel eens te wensen over. Bij het schrijven van dit artikel, in mijn ‘Nieuwe Werken verantwoorde’ kantoor aan huis, is mijn eigen neus dan ook iets langer worden. Wat meteen aantoont hoe verdraaid lastig het is om met zijn allen echt een energieprestatie te leveren.

donderdag 1 maart 2012

Het geheim van succes

Kunt u het ook? Navelstaren? Malen over 200 ideeën, zonder er één uit te voeren? Nadenken over mogelijke kansen die u laat liggen om succesvol te zijn? Navelstaren geeft me wel eens een verlamd gevoel. Het soort gevoel dat internetmarketing-goeroe Eelco de Boer treffend omschreef als een ‘analyse paralyse.'

Afgelopen jaar bezocht ik zijn internetmarketingseminar. Wat was zo ongeveer de eerste boodschap van Eelco aan zijn 300 koppige publiek? “Jongens, ‘hét geheim van succes’ bestaat helemaal niet! Succes is niet veel anders dan actie: iets doen wat je te gek vindt en daarin volharden. Motie leidt tot emotie, actie leidt tot reactie, en uiteindelijk tot succes.” De definitie van ondernemen is niet voor niets ‘een bedrijf of actie in werking stellen.’

Het succes van Eelco begon omdat hij het wel ‘kicken’ vond om oude muziek te beluisteren. Hij kocht en verkocht platen via marktplaats.nl. Hij besloot een website te laten bouwen waardoor hij nog meer platen verkocht. Er volgden meer soorten webshops met andere producten. Toen hij na een aantal jaren ineens zeventien man personeel had, kwam hij terecht in een ‘analyse paralyse’: hij maakte zich alleen nog maar zorgen over zijn personeel en concludeerde dat hij een bloedhekel had aan managen. Op dat moment verdiende hij veel geld. Hij was zogenaamd succesvol maar zijn succes leverde hem geen enkel plezier op.

Binnen een goed jaar tijd bracht hij zijn bedrijf terug naar een eenmanszaak waarbij zijn omzet verdrievoudigde. En dat terwijl omzetgroei of winst nooit zijn hoogste doel was geweest! Zijn doel was: met meer plezier werken. Daarin is hij geslaagd. Winst was het neveneffect. Ik vind het een prachtig verhaal.

Betrap ik mezelf op navelstaren, dan weet ik dat het ergens goed voor is. Het leidt altijd tot actie. Zinvolle actie, dat wel. Als ik daarvoor even moet navelstaren, dan moet dat maar. Mijn motto is niet voor niks: ‘Volg je hart zodat je gezicht je leven lang straalt.’

vrijdag 24 februari 2012

Mevrouw van Diepen slaakt een zucht


Mevrouw van Diepen slaakt een zucht.
In de buik van de accordeon gevangen,
Emotie, zindering van genot,
Monumenten van verlangen,

Ze praat een beetje hard,
En heeft een hart van goud.
Een goede grap,
Een verspreking, een fout?

Het moment, het leven,
Grijpen, vasthouden, en ook…
weer weggeven.
De inhoud van mijn handtas,
Mag niet baten.
Iemand snuit zijn neus. Een snik?
Ik dacht dat ik de enige was.
Uit het hart van de vleugel klinkt,
Het grote verlaten.

Over de theatervoorstelling:
‘Vliegen met één vleugel’Agenda onder Speellijst: www.delfgaauw.nl



maandag 29 november 2010

OVER SEO ENZO, DEEL 1

Ach waarom niet?
Ik heb er de laatste tijd veel over gelezen: zoekmachine-optimalisatie. Dus waarom niet een keer een blogje over dit onderwerp? Één blogje, of misschien wel meer, wie weet.

De Content
Zoekmachines willen op basis van ingetypte zoekwoorden de meest relevante informatie tonen aan de (be)zoeker. De content is daarvoor erg belangrijk. De content op een website bestaat uit een titel, (sub)koppen, tekst en een ‘metadescription’:

Onderdelen van de content:-
- Titel
- Koppen en subkoppen
- Tekst
- Metadata


De Titel

Van alle onderdelen in de content, hechten zoekmachines de meeste waarde aan de titel van een pagina. De ‘title-tag’ wordt weergegeven in de titelbalk van de browser, en als linktekst voor de zoekresultaten op de resultaatpagina.

Een titel vertelt in een paar woorden waar de pagina over gaat. Een zoekmachine gebruikt o.a. de title-tag om het thema van de pagina te bepalen. Vandaar dat je hier niet zo veel hebt aan supercreatieve titels en slogans, als de juiste zoekwoorden er niet in voorkomen.

Richtlijnen voor title-tags
- Gebruik max. 65 tekens
Zoekmachines kunnen max. 65 tekens laten zien. Is een title-tag langer dan maakt google hem zelf een kopje kleiner. Dat wil je natuurlijk niet.
- Begin de titel met de belangrijkste zoekterm voor de betreffende pagina
Bijvoorbeeld: 'chocoladeletter'(productnaam) kopen? Bestel nu bij Fairtradepiet BV(bedrijfsnaam).
- Overweeg hier eventueel een 'clickopwekkende'tekst te gebruiken.
Bijvoorbeeld: Chocoladeletters(productnaam)aanbieding! Bekijk nu ons assortiment!
- Vaak wordt de bedrijfsnaam aan het begin van de title-tag gezet. In sommige gevallen kan dit meer clicks genereren (als je bedrijf bekend is en een goed imago heeft). Maar in de meeste gevallen word je beter gevonden als je de titel begint met het belangrijkste zoekwoord van de pagina, en je de bedrijfsnaam later in de titel vermeldt.
Bijvoorbeeld: Chocoladeletters koop je natuurlijk bij Fairtradepiet BV

Tot zover les 1. Het is een beetje taaie 'lesstof' misschien, en empirisch onderzoek door mij persoonlijk heeft aangetoond dat je lesstof het best tot je neemt in kleine brokjes tegelijk.
Dit was dan het eerste brokje. Als ik zin heb volgen er misschien nog wel meer.

donderdag 11 november 2010

Wat is nou duurzaam?

Duurzaamheid is momenteel een helemaal ‘hot’ in de reclame. Reclame maken voor duurzaamheid is prima hoor. Een ’win-win-situatie’ wat mij betreft, maar dan moet je wel de waarheid spreken vind ik. En daar twijfel ik wel eens aan.

Wasverzachter in kleine verpakkingen
Ik koop al jaren zo’n flinke fles wasverzachter (twee liter voor €1,89) van het AH-merk. Prima geurtje, flinke fles, gaat lekker lang mee. Maar laatst kon ik hem niet meer vinden. Het leek erop dat hij, in mijn AH in ieder geval, vervangen was door zijn kleine broertje: 750 ml geconcentreerde wasverzachter voor €1,71. ‘Kleine fles, dus veel duurzamer’, zo luidt dan het verkoopverhaal. Nou, ik weet het niet hoor. Als ik een klein beetje van dit goedje bij mijn was doe, wordt niet alles opgenomen bij 400 want het spul is te dik. Verdun ik het met evenveel water (in die grote lege flacon die ik nog had staan), dan houd ik anderhalve liter geurigheid over die een stuk minder geconcentreerd lijkt dan de wasverzachter uit de oorspronkelijke grote fles van €1,89. Als ik me niet vergis heb ik dus minimaal twee van die kleine flessen nodig voor dezelfde geursensatie (=méér afval=minder duurzaam). Mijn stelling luidt: Die kleine fles is minder duurzaam dan die grote, en je moet er meer voor betalen. Een verlies-verlies-situatie, toch? 

Biologisch vlees
Ook zo´n onderwerp dat heel eenvoudig lijkt maar het niet is. Het meest voor de hand liggende idee is: “jongens, allemaal aan het biologische vlees, want dat is beter.”

Maar stel: heel Nederland eet voortaan biologisch vlees. Alle dieren blij. (Nou ja in ieder geval blijer dan nu). Maar dan krijg je gigantische problemen met de grondverdeling! Wat gaat voor: dieren, mensen/woningen, of akkerbouw? De hoeveelheid meststoffen in de grond en het grondwater wordt dan ook enorm. Dat is niet duurzaam! Als die beesten ‘hutjemutje’ staan, zijn hun uitwerpselen een stuk eenvoudiger op te vangen en af te voeren. Ook hebben ze dan minder verwarming/verlichting nodig (hutjemutje=duurzamer). Deze problemen zijn wellicht met slimme techniek ooit wel op te lossen maar dit is vooralsnog een lastige en kostbare operatie.

Voor mezelf heb ik gekozen voor een soort tussen-oplossing: minder vlees eten. Iedere week heb ik minimaal één ‘vegadag’. Eet ik wel vlees dan kies ik een beetje ‘halfslachtig’ (leuke term in dit verband) voor die zwarte bakjes met dat stempel van de dierenbescherming. Die beesten hebben een ‘ietsiepietsie’ beter leven gehad dan de ‘kiloknallers’, en je betaalt er wat meer voor.  Een soort ‘nja-nja-situatie’ in dit geval.

Om mijn halfslachtigheid dan toch weer even recht te lullen: als heel Nederland mijn voorbeeld volgt worden we netto samen toch wat duurzamer. Weet je wat, ik roep gewoon groots op tot het invoeren van de ‘Vega-Vrijdag’: iedereen een dagje minder vlees. Eind goed, al goed.

dinsdag 26 oktober 2010

OVER MVO ENZO

‘MVO’, ‘MBO’, ‘Duurzaamheid’, ‘Cradle-to-cradle’, ‘People-planet-profit’ : het zijn niet langer ‘trendy termen’, maar inmiddels bittere noodzaak. Zo blijkt maar weer uit de afwijzing die ik vandaag nog ontving:
“… . Voor deze functie is de opdrachtgever op zoek naar kandidaten die over meer ervaring op het gebied van duurzaamheid beschikken…”

Tja, moet ik voortaan in al mijn profielen en op mijn website vermelden dat ik netjes mijn afval scheid, wel eens vrijwilligerswerk heb gedaan, wel eens een blinde man door de grote stad heb geleid, en water oplosbare verf heb gebruikt voor het schilderen van mijn huis? Aan de andere kant: als we allemaal niks deden aan ‘MVO’, ‘MBO’ en noem ze allemaal maar op, tja, dan werd de wereld er in ieder geval ook niet beter op.

Heb jij je wel eens afgevraagd wat je eigenlijk doet voor ‘een betere wereld’? In goede harmonie leven met partner en gezinsleden is op zich al een enorme stap op de goede weg natuurlijk, maar daarnaast? En doe je die dingen dan heel onzelfzuchtig, ‘voor een ander’, of eigenlijk toch ook een beetje voor jezelf?

Als ik eerlijk ben, en dat ben ik vaak, doe ik ze ook een beetje voor mezelf. Of “een beetje”, best wel veel eigenlijk. Vanavond ga ik naar het feest van Awareness: okay,ik ben een tientje kwijt voor dat goede doel Morning Tears, maar ik ga lekker leuke mensen ontmoeten, een beetje netwerken en zo. Op 6 november doe ik een paar uur mee aan de nationaltweetup (www.nationaltweetup.nl). Leuk voor dat goede doel Morning Tears, maar ook leuk om mezelf een beetje te profileren. Ik mag het niet hardop zeggen, maar dat hele mvo-gebeuren is gewoon goed voor ons ego en goed voor onze ‘zichtbaarheid’…

En toch hè, toch, iets goeds doen voor de maatschappij levert je vaak nog iets extra’s op. Een cadeautje dat je krijgt, wat je niet had verwacht. Wat dat is weet je van tevoren niet. Maar het is er beslist. Twee weken geleden vertelde een vrouw van stichting ‘Matchpoint’ nog dat een fotograaf, die ‘belangeloos’ foto’s had gemaakt tijdens een leuke dag voor gehandicapte kinderen, de leukste dag van zijn leven had gehad. Ik bedoel maar.  We schieten er toch wel wat mee op met zijn allen.

woensdag 13 oktober 2010

Gaten in de markt?

22 jaar geleden. Ik zal het nooit vergeten. Tijdens de marketingles op de HEAO had ik het idee dat de docent iets heel doms zei. Ja, ik was 18, nog niet gepokt en gemazeld. Nu weet ik zeker dat hij iets doms zei…

Een leerling: “We hebben tegenwoordig zo veel, alles is er eigenlijk al. Denkt u nou zelf dat er nog ‘gaten in de markt’ zijn?” Wat was het antwoord van deze bijzondere docent marketing: “Nee, volgens mij is de markt tegenwoordig compleet verzadigd.” Ik vond het een vreemd antwoord. Gaten in de markt zijn er altijd. Toch? Je moet ze alleen weten te vinden. Ik weet nog dat ik in dat jaar (1988) droomde van een paar rollerskates. Maar die dingen waren toen nog onbetaalbaar (en ca. 10 jaar later een rage). Ik had trouwens ook nog geen computer en geen mobiele telefoon, en wist niet dat ik het ooit nodig zou vinden om ze te hebben;-)

Een gat in de markt wordt door de meeste mensen pas ontdekt op het moment dat het al door iemand gevuld wordt. Ik noem maar wat: de gedachte “Oh ja, ‘Linkedin’, daar moet ik ook nog iets mee. Laat ik eens een training volgen.” Zo’n training bestaat al jaren natuurlijk. En die ene hele goede ‘Linkedin’-trainer is waarschijnlijk al lang bezig een volgende hippe training te ontwikkelen.

Wil je succesvol zijn, dan moet je als één van de eersten dat gat zien, daar waar anderen het niet zien. En durven investeren. Ondernemen heet dat.

Ik ontdek nog steeds eerder een gat in mijn hand dan een gat in de markt, maar ik help wel graag bedrijven met het vullen van de gaten die zij hebben ontdekt. Ik schrijf het verhaal van mijn klant in de taal van zijn klant. Ik kan bijna niks leukers bedenken. Ondertussen blijf ik dromen van paskamers met goede verlichting.

PS Goede linkedin-trainer gezocht? Google Vincent Smit of Judith de Pagter.

donderdag 30 september 2010

Over paskamerleed en kledingmarketing

Het was ‘prijs-je-rijk’ bij de V&D, dus ik liet me verleiden door een wel heel snoezig jurkje van nog geen drie tientjes. Ik die paskamer in. Nou moet ik wat bekennen: ik ben misschien een kilo of twee te zwaar op de plek waar al dat lekkere eten landt, maar ik vind mezelf, in kleding gestoken, eigenlijk best wel acceptabel. Maar zonder die kleding begin ik zo langzamerhand toch een beetje sfeerlicht nodig te hebben voor een goed gevoel over mijn lijf. Ik weet zeker dat vele dames zich hier wel in herkennen.

Goed, die paskamer. Ik kleed me gauw uit met het idee dat jurkje bliksemsnel over mijn hoofd aan te trekken, maar kan een kreet niet onderdrukken. Want wat ziet mijn oog: ik lijk ineens minstens 20 jaar ouder: stukjes vel die ‘over’ zijn (dat je niet meer weet waar dat vel nou bij hoort), gekke putjes op plekken waar ik ze nooit eerder gezien heb, en die bovenarmen: net kipfiletjes! Ouder worden gaat bij mij niet geleidelijk, maar met schokjes. En die schokjes (een rotschok dit keer eigenlijk) vinden altijd plaats in een paskamer!

Lieve V&D-directeur: Ik geef ruiterlijk toe dat een 'tweemaal weeks' bezoekje aan de sportschool mijn figuur goed zou doen, maar: kan dat nou niet anders met die verlichting bij jullie? Wij vrouwen, wij zijn graag de gehele dag in de ‘ik-ben-leuk-en-verwen-mezelf-bui’ als we gaan shoppen. Aan die goede bui komt snel een einde bij u in de paskamer kan ik u vertellen. Maar hoe beter wij ons voelen, hoe meer snoezige jurkjes u verkoopt!

Niet overtuigd? Houd eens een onderzoekje onder uw vrouwelijke medewerkers. Vraag ze eens wat zij nou ECHT vinden van hun eigen paskamers, en het effect daarvan op hun koopgedrag. Ik ken nog wel een bedrijf, Affekt, met de ‘K’ van Klant!, dat u daar uitstekend bij kan helpen.

Daarna komt u gewoon ruiterlijk toegeven dat ik gelijk heb, en denk ik een dag GRATIS met u mee over hoe het beter kan met die verlichting, zodat ú meer jurkjes verkoopt. Echt, dat doe ik met liefde!
P.S. Okay, in de meeste winkels is de paskamerverlichting dramatisch, maar hoge bomen vangen nu eenmaal veel wind.

Operatie kattenluik

Hij zit erin! Ons kattenluik. Fluitje van een cent zou je zeggen. Zeker als je in het afgelopen half jaar al ruim 100m2 aan gipsplaten op maat aan het plafond hebt gemonteerd, 3000 schroeven hebt ingedraaid, eigenlijk een heel huis hebt gestript en weer opgeknapt.

De instructie: een goed bedoeld, maar onduidelijk pictogram en een boekje van 60 pagina’s in 9 talen. ‘Mwah, het is toch gewoon een kwestie van boren, zagen en schroeven?’ Dus hop, gat afgetekend. Nu even een ‘zaagbeginnetje’ maken met de accuboormachine. Eerst even dat snoer uit de knoop halen en beginnen maar. ‘Oeps, accu leeg.’ Nieuwe accu pakken. Ja, ergens achter in de schuur.  Boren maar! De deur blijkt van behoorlijk hard hout. Ik hoor een vloek en zie het geërgerde gezicht van mijn manlief Walter. Zijn metalen boor maakt nu een hoek van 900 . Uri Geller, dat is nog eens wat anders dan een lepeltje buigen. Ik krijg de indruk dat mijn emotionele bijstand gewenst is en maan Walter vriendelijk en bedaard tot kalmte. Even een ander boortje zoeken…hèhè ’t begin is er. Nu de zaag erin. Ook de zaag brandt zich een weg door de deur. Okay, we hebben een gat, een rookpluim, en een paar verbrande vingers.

De montage. Hartstikke handig die magneetjes, het keurige ‘anti-tochtflapje’ en die ‘kat-in-uit-indicator’. Tenminste, als het ding er eenmaal inzit. Alles wat vast zat blijkt namelijk ook los te kunnen. Iemand moet ons toch eens komen uitleggen hoe het zit met die magneten: aantrekken, afstoten, hoe was het ook alweer? Je kunt iedere magneet op vier manieren monteren, en er is er maar één de juiste. En dan al die flapjes en magneetjes op zijn plek houden. Vier handen worden aangewend, op een paar vingers na, om alle goedbedoelde ‘frutsels’ op zijn plek te krijgen. Maar, dames en heren, hij zit! Nog nooit zo’n mooi kattenluik gezien. Het luik is ook al officieel in gebruik genomen. Resultaat: twee dolgelukkige katten. Dat is ook wat waard.

vrijdag 10 september 2010

Tapas-communicatie

Vorige week was ik in Andalusië. Ik ben zeer gecharmeerd van de directe manier van communiceren van ‘el Andalus’. Normaal gesproken heb ik een enorme hekel aan herrie. Maar zet mij in een overvolle tapasbar en ik amuseer me kostelijk. Een goede tapasbar lijkt een chaos, maar is een goed ge(olijf)oliede machine.

Je vindt dit type bar vooral daar waar je hem niet zoekt. Dus niet op dat romantische pleintje of in het middeleeuwse straatje. De kwaliteit van het eten is omgekeerd evenredig gekoppeld aan de kwaliteit van het uitzicht. Een echt goede bar bevindt zich vaak in een straat achteraf of bij een onooglijke parkeerplaats. Je herkent hem doordat je er rond 14.00 uur bijna niet binnenkomt. 50 tot 100 man hangt, staat of zit er te eten, en er leunen er nog een paar met een wijntje of biertje tegen de geparkeerde auto’s buiten. Binnen wordt je begroet door de klap van een serranoham die net iets te laag aan het plafond bungelt. Een fiks deel van de barruimte wordt ingenomen door een assortiment verse vlees- en viswaren waar je ‘U’ tegen zegt.  “Koffie? Daar doen we niet aan mevrouw. Het gaat hier om eten. GOED eten!” Herman den Blijker, ‘eat your heart out!’

Je bestelt je hapjes in miniformaat, een half bord of een heel bord: dat is nog eens ‘eten op maat’. Is het in Nederland ondertussen heel normaal geworden om je bestelling door te geven aan iemand die je niet aankijkt maar staat te turen op een computertje, hier worden alle bestellingen nog uit het hoofd opgenomen. De doordringende blik van de barman spoort je aan om je complete bestelling, liefst zonder twijfelen, in één adem op te noemen. Niks ‘maňana maňana’. Gewerkt wordt er, en efficiënt ook.

De barman kopt je bestelling met luide stem door naar de koks, die met hun dikke buiken bijna niet achter het fornuis passen. Je complete bestelling galmt door de zaak inclusief de nodige afkortingen. Iedereen kan het horen, maar niemand stoort zich daar aan. Je ziet nergens orderbriefjes. Wel mannen achter de pannen met een flink uitgerust korte-termijngeheugen, zo blijkt. 

Je kruipt achter je zojuist gescoorde tafeltje met je twee rode wijn, en geniet, wrijvend over je gestoten knie, van de gezellige en rumoerige ambiance. De barman roept je vanzelf als je happen klaar zijn. Hoor je hem niet direct, dan krijg je wel een por van je staande buurman die hoopt dat jij dooreet zodat hij kan gaan zitten. Nergens computers in de tent en toch werkt het prima. Vervolgens smul je van het vers aangeleverde voer. Voor de rechtgeaarde Nederlander wordt het genot nog groter als uiteindelijk de rekening komt: die klopt als een bus en je betaalt geen cent te veel hoor! 

maandag 16 augustus 2010

Afscheid

"Bloeien… ze… al?"
Wat groene scheuten in de ochtendmist
Door niemand bewonderd
"Schat, zij zijn nog niet…"
"Jammer,… ik wil zó graag…
naar… die mooie stad…"
Stilte.
Zelfs de klok staat stil.
Een uur? Een week? Een dag?
Een zonnestraal
Vertrekken mag
Ontluikend in een hoekje
Een lief bloempje zegt
‘dag’

donderdag 29 juli 2010

‘Onderscheiden van’ of ‘verbinden met’?

Het thema verbinding: ik loop er steeds tegenaan de laatste tijd.

Een succesvol man vertelde dat het zijn belangrijkste missie in het leven was  om met anderen in verbinding te treden, en daardoor waarde toe te voegen aan zijn eigen leven en het leven van anderen.

Een vriendin vertelde dat ze eigenlijk alleen maar werkte, en dat de passie voor haar werk niet langer voldoende was. Ze had behoefte aan zinvolle contacten: ‘zinvol’, niet in de zin van geld verdienen, maar in de zin van zin, van vervulling, van ‘iets voor elkaar betekenen.’

Een muzikant confronteerde mij ermee dat ik tijdens het musiceren een beetje stond ‘voor te dragen uit eigen werk’ in plaats van mezelf ‘voor zijn muzikale verhaal te interesseren’. En verdomd, ik stelde me meer open op, en de muziek ging ineens beter klinken, (zonder verder overleg over dit thema!) Misschien klonk het wat anders dan ik verwacht had, maar wel beter!

Ik denk dat dit eigenlijk overal voor geldt, ook in de marketing, of misschien wel júist in de marketing. Naast ‘Hoe onderscheidt u zich van uw concurrenten?’ is ‘hoe verbindt u zich met uw klanten’ minstens net zo belangrijk.

Je kan deze vraag net zo breed trekken als je wilt: “Hoe verbindt u zich met uw medemens?” Alleen al het stellen van de vraag roept een vredig gevoel op, en misschien een heel klein beetje onbehagen... ‘Onderscheiden van’ schept afstand, ‘verbinden met’ schept nabijheid, de ‘klik’, de ‘harmonie’.  Verbind je jezelf met een ander, dan kan een beeld dat je ergens van hebt er zo maar ineens heel anders uit zien!
16 of 91? Het is maar van welke kant je het bekijkt!

‘Mezelf meer verbinden met mijn medemens… ‘Wat een prachtig mooi voornemen! 


woensdag 14 juli 2010

Een nieuw huis geeft je geen hand



"Een nieuw huis geeft je geen hand als je binnenkomt." De vriend met de meeste verhuis-ervaring zei het zo treffend. Het duurt maanden voordat je je echt helemaal thuis voelt. Ook als je in dat huis al 4 maanden bloed, zweet en tranen hebt geïnvesteerd en het er helemaal puik uitziet;-).

Loekie, één van onze twee katten, heeft dat ook aan den lijve ondervonden. Na 7 weken was hij het nieuwe huis zat en wandelde hij terug naar zijn oude vertrouwde buurtje. Hoe hij dat deed is me een raadsel: een ingebouwd compasje denk ik. Een week lang liep ik als een soort ontaarde moeder naar hem te zoeken, met een bakje voer in mijn handen 'Loekie, Loekie!' roepend.. nogal een sneue aanblik denk ik. Dat interesseerde me niks. Met een groeiend onbehagen over mijn verhuizing en een schrijnend gevoel van 'incompleetheid' deed ik er alles aan om mijn geliefde viervoeter weer terug te krijgen. Na een paar mislukte vangacties, een klein trauma voor Loekie, en een tetanusprik voor mijn lief Walter, hadden we hem eindelijk te pakken.

En nu zitten we met 30 graden warmte, wederom compleet maar continu met de ramen dicht, in ons mooie nieuwe huis met de grote tuin. Ik probeer het voor Loekie wat leuker te maken in huis. Mijn schuldgevoel was goed voor de omzet van de dierenwinkel. Of dit echt helpt? Ik hoop het. Ik vrees dat je een 'thuisgevoel' niet kunt kopen. Het is gewoon een kwestie van tijd, zowel voor de katten als voor hun 'personeel'.

maandag 23 november 2009

Ontroerend Goed


De aankoop van een huis is een emotionele beslissing. Het gaat niet om het onroerend goed maar om het 'ontroerend goed'! Een tijd geleden bezichtigden wij een huis met superdure bamboevloer, Siemens keuken, design badkamer met bubbelbad en regendouche, alle plafonds nieuw gestuct, enorme tuin op het zuiden...Een likkie verf op de muren en we konden erin! Helaas, 'de klik' was er niet.

Afgelopen week hebben we een huis gekocht: houten fundering en houten verdiepingsvloeren, gipsplafonnetjes, ienieminie badkamertje, lelijke plavuizen.. maar mét een openhaard, en een lekker ruime, open, en lichte leefruimte beneden en gezellig kantoortje in de uitbouw. Op een of andere manier lijkt de buurt er ook nog eens heel vriendelijk.

Deze week zetten wij ons eigen huis in de verkoop: De 'unique selling points': Je bent nog niet binnen of het charme offensief begint: het vrolijke gekletter van water uit onze vijver komt je tegemoet. Betreed je onze woonkamer dan wordt het je onmogelijk gemaakt om een potje chagrijnig te gaan zitten wezen. Daar is hij absoluut te licht en te vrolijk voor. Buiten pestweer? Je zet onze gezellige 'haardkachel' aan en kruipt lekker bij mekaar. 's Zomers in onze achtertuin is het net klein Marokko: gezellig rode tegels, vorig jaar nieuw gelegd. Heerlijk. Ik wil eigenlijk helemaal niet weg... Ik hoop dat de toekomstige kopers van ons huis er ook door geraakt worden, ons ontroerend goed.

meer foto's van ons huis op www.maltwalt.nl

Welig Tieren, tierig welen, wilde dieren


Welig Tieren.

Ik ben lekker aan het werk en hoor op de radio Sylvana Simmons zich verspreken in de uitdrukking 'welig tieren'. Die vergissing heb ik ook wel eens gemaakt. 'Telig wieren' of 'wierig telen', ik weet niet meer wat ik ervan maakte. Als ik de uitdrukking hoor dan denk ik altijd aan wilde dieren, maf hè..


Waar komt deze uitdrukking eigenlijk vandaan? nltaal.blog.nl brengt mij het antwoord op deze prangende vraag.


Welig wordt al genoemd in 1350, en heeft dezelfde herkomst als weelde. De betekenissen zijn ‘in overvloed (groeiend)’, ‘rijk begroeid (een welige akker)’, ‘vol en gevuld’, ‘weelderig en dartel’ en het heeft nog wat betekenissen. ‘Welig vlees’ is een vleesuitwas in de mond (lekker hoor). Er is een samenhang met het Nederlandse ‘wel’ (ik voel me wel) en het Engelse ‘well’ (are you feeling well?).


Tieren is even oud. Het betekent, behalve ‘drukte maken, schelden, schreeuwen’ ook nog ‘welig groeien, goed gedijen, welvarend zijn’. Daarnaast betekent het: ‘zich thuis voelen’. Het Middelnederlandse tieren betekende zoiets als ‘geaard zijn’ , maar ook ‘misbaar maken’. Het hangt samen met ‘goedertieren’, wat ‘goede soort’ betekent. Het Oudgermaanse ‘tîre’ betekent glans. Welig tieren betekent dus ‘weelderig, goed gedijen’ of ‘rijk geaard zijn’.

maandag 9 november 2009

Klikotechnisch uitstekend ingeburgerd

Een goede vriendin van mij komt uit Guatemala. Om haar paspoort te kunnen behouden moet zij van de week voor de tweede keer het inburgering examen afleggen. Ik kan je zeggen, die meid is niet op haar achterhoofd gevallen. Toch is zij er niet in geslaagd om in een keer te slagen voor het inburgering examen.

Gevraagd naar een voorbeeld van een moeilijke vraag liet ze mij bijna blozen van schaamte.
De vraag luidde: Als je kliko op donderdagmorgen wordt opgehaald, wanneer moet je hem dan buiten klaar zetten? Haar antwoord: Op woensdag avond. Zij legde mij uit: "De gehele wijk hier zet de avond van te voren zijn kliko buiten. En jij?" "Ja", moest ik erkennen, "ik ook, samen met ongeveer 80% van de mensen uit mijn wijk". Maar dit antwoord wordt door de Nederlandse overheid niet goed gerekend lieve mensen!

Echt rood werd ik toen Yadira me zei: "het erge is, dat het niet mijn fout is dat ik niet slaag voor deze vraag maar jullie fout, want ik doe precies zoals jullie!"

Yadira is "klikotechnisch" uitstekend ingeburgerd. Maar de overheid wenst hier geen ingeburgerd antwoord... De overheid wenst een dusdanig brave burger van haar te maken dat ze voortaan op donderdagmorgen om 07.00 uur die kliko buiten zet in plaats van de avond van te voren. Liefst ook dat ze haar buurtbewoners nog even aanspoort om haar voorbeeld te volgen... Het staat ook zo lelijk, al die kliko's op straat s'nachts...

woensdag 4 november 2009

De kunst van het nietsdoen

De kunst van het nietsdoen. Er bestaat zo'n filosofisch boekje met deze titel. Gisteren bij mijn zangles van Tet Koffeman kreeg ik les in deze specifieke kunst. Door te focussen op het ervaren en laten gebeuren van een toon op een specifieke plek in mijn lijf, krijgt de toon een vollere klank. Een klank waarin je een bepaalde vrijheid en openheid terughoort. De grap is: Ik hoef er geen enkele inspanning voor te verrichten, alleen maar nieuwsgierig te zijn naar hoe ik de toon ervaar.

Opvallend:Eenzelfde soort ervaring heb ik soms ook in mijn werk. Op het moment dat ik nieuwsgierig uitkijk naar het resultaat van mijn "pennevruchten" (zonder er van te voren al allerlei etiketten op te plakken) wordt het resultaat pakkender, lekkerder, meer authentiek en beter.

Het kernwoord dat ik voortaan ga gebruiken om in deze nieuwsgierige staat te komen is: "nieuw". "Dit is nieuw!" Het woord "nieuw" prikkelt mijn nieuwsgierigheid, het gevoel een mooi avontuur aan te gaan. Het woord "nieuw" is trouwens ook een idee van mijn zangdocente. Leuk om te ervaren hoe werk en privé in elkaar kunnen overlopen.